Verhaal

Ineens waren ze verdwenen: Stadsboeren

Wim Westhuis, één van de laatste stadsboeren in Vollenhove

Fallback image

Kleine stadsboeren konden niet overleven in het stedelijk gebied

DSC00660

In de stad Vollenhove waren enkele tientallen stadsboeren tot medio 1970. Toen verdween de stadsboer bijna als vanzelf. Ze stopten er mee, ze verhuisden naar een nieuw en groter bedrijf in de Noordoostpolder of gingen wat anders doen. In Vollenhove was het tijd voor een grote sanering, stadsboeren ruimden het veld.
Wim Westhuis was zo'n stadsboer, hij woonde en werkte aan de Bisschopstraat had een paar koeien en later ook wat paarden. Toch begint zijn verhaal al veel eerder als hij op tien jarige leeftijd voor een kwartje per week de koeien en soms ook schapen van stadsboeren naar de Blokzijlerdijk brengt en ze ook weer haalt. Dat is medio 1934. Bij de dijk liepen zo'n 40 koeien en enkele tientallen schapen. In 1940 neemt Westhuis de boerderij van zijn overleden oom over. Hij begint met een paar koeien later heeft hij ook rietland bij gemaal A.F. Stroink.
Wat hij zich herinnert is dat een koe plm. f 90,- kost en een hele goede koe f 200,-. De melk zo'n 4000 liter per koe per jaar* gaat allemaal naar de zuivelfabriek in Vollenhove. Het vee liep van mei tot oktober op gepacht land van het waterschap Vollenhove.
Westhuis is nooit naar de veemarkt geweest om vee te kopen of te verkopen dat liet hij over aan een veekoopman. De veekoopman ging naar de veemarkt in Steenwijk en later naar Zwolle. Van de dertig stadsboeren bleven er uiteindelijk acht over en ook zij zijn uiteindelijk verdwenen. De gemeente wilde ze niet meer in de stad en vanuit de ruilverkaveling kwam geen steun voor bedrijfsbeëindiging of uitplaatsing.

*in juni 2015 geeft een hele goede koe 60 liter per dag, dat zo'n koe een topprestatie levert blijkt ook uit de levensverwachting die naar beneden bijgesteld moet worden: 6 tot 8 jaar.