In de vorige bijdrage ging het over de bewoners van de panden die in het Zuiderzeedorp zijn geplaatst en eigenlijk van uit alle windrichtingen rondom de Zuiderzee afkomstig zijn. De cruciale vraag was: konden zij met elkaar communiceren of ontstonden er misverstanden door de verschillende dialecten die er in de 41 plaatsen gesproken werden.
In deze bijdrage gaat het over de tijd. Want wat wij nu als een vanzelfsprekendheid ervaren was dat allerminst. Tot 1909 konden burgerlijke gemeenten zelf hun tijd bepalen waarbij de stand van de zon om twaalf uur 's middags bepalend was. Iedereen zal begrijpen dat het dan in het oosten van het land een fractie eerder twaalf uur is dan in het uiterste westen of zuidwesten van het land.
Zolang bewoners van een dorp nog niet op reis gaan kan die plaatselijke tijdsaanduiding prima functioneren. En omdat veel inwoners geen klok of horloge hadden was het de plaatselijke kerkklok die drie vaste tijden met klokgelui aangaf: acht uur 's morgens, twaalf uur 's middags en zes uur 's avonds. Dat gebruik bestaat in veel dorpen tot op de dag van vandaag. In het Zuiderzeedorp zijn de tijdstippen twaalf en vijf uur gemarkeerd met klokgelui.
Maar met de aanleg van spoorlijnen, te beginnen met Amsterdam-Haarlem in 1839, begint dat tijdsverschil zich kenbaar te maken, al zal het op de negentien kilometer tussen beide steden nog te overzien zijn geweest. Anders is het op het traject Amsterdam-Arnhem, aangelegd tussen 1843 en 1845. Arnhem ligt echt in het oosten en daar is het misschien een of twee minuten eerder twaalf uur en wijst de torenklok ook die tijd aan.
Er zijn uiteraard nog meer voorbeelden te noemen. Reizigers die op reis gaan, en dat al konden betalen, die hun horloge misschien een paar minuten voor- of achteruit moeten zetten. Voor het stationspersoneel, en rijdend personeel, is het behoorlijk verwarrend vooral als er vanuit Amsterdam meerdere verbindingen worden geopend naar het noorden, oosten en zuiden.
In 1866 wordt dan ook de geldende tijd in Amsterdam als maatstaf genomen voor de uitvoering van de treindienstregeling. Op de stationsklok kan daardoor een andere tijd worden aangegeven dan op de plaatselijk kerkklok. Het is de burgerlijke gemeente die het beheer heeft over de kerktoren en dus ook over het uurwerk.
En inderdaad ook dit onderwerp komt met enige regelmaat aan de orde in een raadsvergadering. Niet zozeer het tijdstip waarop een raadsvergadering moet beginnen of eindigen maar wel of de gemeente mee zal gaan in het handhaven van de Amsterdamse tijd. Die Amsterdamse tijd wordt afgelezen van de torenklok van de Westerkerk en uiteindelijk wordt die tijd geleidelijk aan ingevoerd en staan alle klokken in het land weer gelijk.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat inwoners van de huisjes uit de verschillende plaatsen en dorpen die nu in het Zuiderzeedorp staan een net iets andere tijd op de klok hadden staan. De tijdsaanduiding in in Zoutkamp zou om die reden iets af kunnen wijken ten opzichte van Hoorn of Enkhuizen. Zouden de klokken in die huisjes ook nu nog lopende uurwerken zijn en je die tijd hanteert dan kan het tot 1909 zomaar zijn dat je een paar minuten te vroeg of te laat bent. Of je gaat met je Zoutkamper tijd naar de bakker in Hoorn of de slager in Purmerend, je bent wel erg vroeg zal de bakker zeggen die de Hoornse tijd hanteert.
Waarschijnlijk breekt er nergens echt paniek uit maar het is wel grappig om het op te merken dat een klein land als Nederland met daarin het Zuiderzeegebied toch nog redelijk lang hun eigen en bijna gemeentelijke tijdszones kenden.
Op de afbeeldingen worden die tijden zichtbaar gemaakt.
Voordat het uurwerk aan het eind van de zestiende eeuw werd uitgevonden werd gebruik gemaakt van de zonnewijzer. Terecht een zonnewijzer omdat het wel noodzakelijk is dat de zon schijnt om de tijd globaal af te kunnen lezen, vooral op bewolkte, regenachtige en winterse dagen zal er weinig daglicht zijn geweest. De hoogste tijd dat er een horloge of uurwerk kwam.
bijdrage geplaatst: Hemelvaartsdag 2025
afbeeldingen: auteur