Verhaal

Zo gaat de molen, de molen

Een Hollands icoon

groningen Vincent Erdin

Zonder molen zou er geen welvaart zijn geweest

enkhuizen

Jan Adriaansz. Leeghwater heeft waarschijnlijk meer dan eens een rondje gedraaid in zijn huis of op zijn erf of waar hij dan ook maar was. Hij was bezig om een eeuwigdurende oplossing te vinden en een belangrijke vijand van Holland een halt toe te roepen: het water. Leeghwater was hoe dan ook van mening dat een oplossing binnen handbereik lag alleen hoe en wanneer. Hij gaf wel de aanzet tot het ontwerp van de molen. Zijn poldermolen was een feit en de grote meren in wat nu Noord-Holland is werden droogmakerijen met toekomst. Veeteelt op wat eens de bodem van de zee was. De Beemster, Purmer en Schermer waren in zijn tijd de belangrijkste meren die omgevormd werden in land. De Haarlemmermeer was nog een brug te ver.

Een prototype van een molen maakte de mogelijkheden in het echt aanschouwelijk en de toepassingen bleken vanaf dat moment schier onuitputtelijk. Wind was gratis en hout om molens van te maken was er voldoende. Met dank aan Leeghwater brak er een nieuwe periode aan in Nederland en er begon een wind van vooruitgang te waaien. Ooit moeten er duizenden molens hebben gestaan, de Zaanstreek was het eerste grootschalige industriegebied avant la lettre van Nederland. 

Zoals gezegd de toepassingen waren onuitputtelijk: poldermolens om het water in de polder weg te malen naar een boezemwater, korenmolens om graan te malen waar de bakker weer gebruik van kon maken, papiermolens om lompen tot vellen papier te maken, verfmolens om mengsels te slaan uit de grondstoffen, molens om lijnkoeken van een restproduct uit de veehouderij van te slaan en oliemolens voor huishoudelijk gebruik. Houtzaagmolens om boomstammen te zagen voor woning- of scheepsbouw.

Teveel om op te noemen.

 Dat alles floreerde tot aan de stoommachine. Nederland liep allerminst voorop om deze nog sneller werkende machine op grote schaal toe te gaan passen. De eerste trein reed in 1839 en langzaam rolde die trein letterlijk en figuurlijk verder het land in. Maar de molens van de Zaanstreek konden nog tot ver in het derde kwart van de negentiende eeuw blijven malen. Toen kwam de klad er in. Molens gingen massaal op de brandstapel of in het gunstigste geval werden ze op afbraak verkocht en kwam het hout ergens anders terecht.

zaanse schans

Op de afbeelding enkele molen die op de Zaanse Schans staan, sommige molens stonden er al andere zijn hierheen verplaatst en een is zelfs op deze plaats nieuw gebouwd.

De 1100 molens die er Nederland nog zijn representeren een tijdsbeeld waar Holland groot mee is geworden. Toch is er een schaduwzijde aan dat molenbezit: oprukkende woningbouw, weer een nieuw stuk bij het bedrijventerrein, windturbines die voor een breuk in de luchtlagen zorgen. Het zijn regelrechte bedreigingen voor de vrije windvang van een molen. 

Het Zuiderzeedorp kan er van meepraten, de buurman van het museale dorp is een vakantiepark. Met een kiek over de diek wordt duidelijk wat er had kunnen gebeuren als het oorspronkelijke plan was gerealiseerd: hoger en dichter bij de poldermolen. Dat zou funest kunnen zijn voor de windvang. Een onregelmatige omloop van de wieken brengt eerder schade toe aan het hele gebint dan dat het goed doet.

De drie molens in de afbeeldingen zijn respectievelijk twee poldermolens, die van het Zuiderzeedorp en van de Etersheimer Braak

etersheim
, de derde is de stellingmolen in Bovenkarspel Flora. Molenaars zijn zelden meer beroepsmolenaar, het draait allemaal op vrijwilligers. Het bijzondere van molen 'Ceres' is dat hij enkele jaren geleden op een Oudejaarsdag verwoest werd door vuurwerk maar weer is opgebouwd. Er wordt meel gemalen, ter plekke te koop om zelf mee aan de slag te gaan of en dat is een bescheiden aanrader, Brasserie bij de Molen gebruikt dat meel. Proef en ziet dat het goed is!
ceres

De beide poldermolens zijn maalvaardig, ze staan in een zogenaamd 'gesloten circuit' het zijn geen productiemolens meer. Bij Etersheim en Warder staan moderne gemalen. Toch zijn er meerdere hoogheemraadschappen en waterschappen die de poldermolens graag in bedrijf houden, mocht er een calamiteit zijn (een computerstoring) of een veel te veel aan hemelwater: de poldermolen maalt als er wind is.

De poldermolen in het Zuiderzeedorp maalt 'voor de prins' maar wie niet kijkt naar het verleden zal nooit begrijpen waarom zo'n molen ook nu nog belangrijk kan zijn. Op het moment dat de poldermolen uit Friesland uit een polder bij Hemelum werd overgenomen was er niet veel meer over dan een zieltogend geraamte, het verval had hard toegeslagen, de wieken hingen er zieltogend bij. Overname en restauratie heeft de molen er weer bovenop geholpen en met dank aan de molenaars van het Zuiderzeedorp draait de poldermolen, als er voldoende wind is en vraag ze eens de 'hemd van het lijf'.

Wat Leeghwater over het hoofd heeft gezien is dat poldermolens niet kunnen voorkomen dat we met zijn allen steeds een beetje zakken. per jaar een millimeter, hooguit twee. Niet echt merkbaar maar over de periode tussen Leeghwater (1575) en nu (2025) in 450 jaar tijd 900 millimeter of 90 cm.

Dat de molen tot de verbeelding spreekt blijkt uit het kinderliedje: zo gaat de molen, de molen, zo gaan de wieken, de wieken... 

bijdrage geplaatst: 1 september 2025

afbeeldingen: auteur