Verhaal

Oude liefde roest niet

Van huisje tot botter op het Zuiderzeemuseum

20130907_151629.jpg Corry Blok-Plas

Bij Fred Boon zit het timmeren in zijn bloed.

DSC02350.JPG

Pand UK 1 op het ZZM.

Fred begint als 16-jarige zijn loopbaan als timmerman en is daarna eigenlijk nooit meer gestopt met het bewerken van hout. Tot op de dag van vandaag timmert en zaagt hij er lustig op los.

Ik ken hem al uit de tijd dat hij als enthousiaste twintiger aan de totstandkoming van het buitenmuseum meewerkt.  Op vrijdag 21 oktober 2016,  zo’n 35 jaar later, laat hij mij zien wat hij toen zoal in elkaar getimmerd heeft.  Voornamelijk op het Urker gedeelte van het museum, krijg ik een uitleg over de meest merkwaardige en ingewikkelde timmerklussen. Bedstedes met uitloop in de kast ernaast voor lange mensen, verhogingen in de plafonds omdat anders de lijsten op de oude kasten er niet in passen, ronde gaten in plafonds voor olielampen enz. Het is zeer indrukwekkend en ik heb met terugwerkende kracht nog meer bewondering voor hem gekregen. Het is natuurlijk leuk als jouw werk na zoveel jaren nog steeds bewonderd kan worden door de vele bezoekers van het Zuiderzeemuseum.

DSC02348 1.jpg
Fred Boon geniet nog eens van het mede door hem getimmerde interieur van het huisje UK 1, oorspronkelijk Oudestraat 52 in Urk.

Afgelopen zomer ging Fred met pensioen en ik dacht: die hangt zijn hamer en zaag dan eindelijk na 48 jaar voorgoed aan de wilgen. Hij gaat lekker uitslapen en leuke dingen doen maar verkeerd gedacht. Allereerst timmert hij voor zijn kleinkinderen een speelhut in de tuin en gaat vervolgens snel op zoek naar iets anders. Hij leest in het Noordholland Dagblad een noodkreet van de Stichting EB60 over een Hoornse botter, die al twee jaar op het droge ligt op het terrein van het Zuiderzeemuseum.

Er is al veel aan de botter vernieuwd de afgelopen jaren.  O.a. het binnenwerk en het bun zijn aangepakt maar er moet nog meer gebeuren. Aan de huid, ja zo heet het echt, van het schip moeten nog reparaties plaats vinden. Houten planken moeten hiervoor rond gebogen worden. Je kunt je afvragen hoe doen ze dat? Nou met water en vuur! Aan de ene kant wordt het hout warm gemaakt en aan de andere kant gekoeld met water – anders vliegt het in de fik – en dan buigen maar die handel. Vraag mij niet hoe precies maar onder grote druk, dat wel.

Als de huid gerepareerd is, moet het schip nog gebreeuwd worden. Dit is een techniek waarbij de kieren tussen de planken worden gedicht met hennep en teer in dit geval. Daarnaast moeten er ook nog werkzaamheden gebeuren aan het berghout en de achterspanten. Werk genoeg te doen en dit alles met hout,  dus Fred ziet zijn kans en meldt zich aan als vrijwilliger. Zo werkt hij, na al die jaren weer op het terrein van het ZZM, inmiddels meerdere ochtenden per week samen met nog zo’n 8 andere vrijwilligers aan de EB  60. Men hoopt de klus snel te klaren, want de botter moet zo snel mogelijk het water in. Een houten schip op het droge is als een vis op het droge, die droogt uit en dat is niet best. De botter wordt nu, als er niet veel regen valt, kunstmatig nat gehouden.  

DSC02340 1.jpg

Fred en Fred (Louw) aan de slag bij de EB 60

Voor meer informatie over de Hoornse botter EB 60 zie  http://eb60.org/

 

Met dank aan Fred Boon.

Foto’s door auteur.