In iedere zichzelf respecterende krant werd al gemeld: een witte kerst is een hoge uitzondering die in de hele 20 ste eeuw slechts 10 keer is voorgekomen. Maar pal nadat het kerstreces voorbij was en de motor van werkend Nederland weer op gang begon te komen was daar die witte deken die alles bedekte. Behalve een intens witte wereld is het ook ineens gedempt stil. Alsof geluiden minder goed doordringen. En nu het een paar dagen wit, witter, witst is en de laag steeds dikker wordt op plekken waar dat kan en mag ziet het er ook wel sprookjesachtig uit.
Maar hoe moet dat zijn geweest in die winters waarin huizen niet geïsoleerd waren, niet dat comfort hadden van alle gemakken die hedendaagse woningen hebben: 0 op de meter, cv, warmtepompen. En de bewoners kunnen zich kleden met warme of nog warmere kleding. Terwijl de temperatuur eigenlijk niet eens zo extreem is. In Friesland worden ze er niet warm of koud van. Al helemaal niet van sneeuw. In Friesland willen ze maar een ding matige tot strenge vorst gedurende een dag of 14.
Sneeuw is leuk voor in het bos of op de Waddeneilanden als er een paard ingespannen kan worden om de ar te trekken, liefst met rinkelende bellen aan het tuig. En om het plaatje nog mooier te maken dan een stuk of twintig van die combinaties.
Dat de samenleving het maar zo zo vindt is te merken aan het volstrekt geen rekening willen of kunnen houden met winters weer. Het annuleren van vluchten op een luchthaven, het rijden van een winterdienstregeling ineens is leiden in last. Dan is sneeuw knap onhandig.
En toch wie de tijd heeft ziet veel moois onderweg, die witte deken, de verstilde tijd. Hoe zou dat zijn geweest in een van die witte winters toen de huizen van het Zuiderzeedorp nog gewoon op hun eigen plaats stonden en de bewoners weinig anders konden doen dan binnen in huis wat aanrommelen, het huishouden, de stal wat aanvegen, een kop koffie drinken, een loopje in het dorp om toch wat te doen te hebben. De krant nog maar een keer lezen, toen werd men gedwongen tot niets doen zo lang als de sneeuwperiode duurde, op het land is niets te beleven, de poldermolenaar keek naar bevroren sloten of grotere watergangen en zat met zijn handen over elkaar
, de arbeider moest maar zien hoe die op zijn werk kwam misschien in de lokale stoomzuivelfabriek of andere fabrieksnijverheid, misschien een dorp of stad verder op waar een tram, trein of misschien al een bus reed.
De kolenkachel nog maar eens opporren was niet te doen, het geld groeide je niet op de rug. Hooguit 's avonds een extra kooltje op het vuur en anders toch maar vroeg de mand in.
Ineens komen herinneringen boven aan eerdere witte winters: 1979 en de tocht over het IJsselmeer, 1963 etc.
Maar waar de bezoekers van het Zuiderzeedorp tijdens de openstelling nog wel eens lopen te mijmeren over 'wonen in zo'n huisje' zal de toenmalige bewoner bij tijd en wijle toch wel heel wat hebben af geleden onder dat pannendak waar de sneeuw zo naar binnen stoof en waar zelfs een stapel dekens nauwelijks warmte bood.
En zo kijken we met een heel andere blik naar dat winterse sneeuwdek dan zo'n honderd jaar terug. Een klein voordeel een periode zoals nu duurt maar een paar dagen en dan verdwijnt het weer als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon. De samenleving gaat weer over tot de orde van de dag.
En het weer laat zich niet regisseren, ook niet rond het kerstreces als veel mensen even niet naar hun werk hoeven. Het weer komt zoals het komt.
Om nog even een winter in herinnering te roepen: februari 2018 toen was het snijdend koud, vorst en veel sneeuw. Op Ameland kon de arrenslee samen met het paard ingespannen worden. Een straffe oostenwind die over het koude IJsselmeer woei. De panden van het Zuiderzeemuseum aan de Wierdijk vingen de eerste klap op. Thuiswerken was toen nog lang zo gewoon niet als nu maar het was eigenlijk de enige oplossing. Toen werd even ervaren wat de bewoners van de panden in het Zuiderzeedorp dagelijks aan den lijve moeten hebben ondervonden.
In 1823 moet het ook koud tot zeer koud zijn geweest. De burgemeester en secretaris van de gemeente Stad Vollenhoven beklaagden zich in januari van dat jaar over de kou in het stadhuis en op hun werkkamer.
bijdrage geplaats: 7 januari 2026
afbeelding Manon van Hees: Zuiderzeedorp
afbeeldingen winters landschap en poldermolens en bevroren water: auteur