Verhaal

Een kijkje in de keuken

Hoe ziet een gemeenschap in een kleine stad er ongeveer uit

groningen Vincent Erdin

Bij bedrijven zie je het wel eens; een open dag om kennis te maken met het werk of om nieuw personeel aan te trekken of om in de agrarische sector te laten zien waar ons dagelijks voedsel vandaan komt. Maar een kijkje in de keuken bij een gemeente kan opheldering geven.

stad vollenhove

Stad Vollenhove is geen grote stad aan de rand van de Zuiderzee maar speelde lange tijd wel een belangrijke rol, het moet in de periode rond 1875-1880 zo'n 900 inwoners hebben gehad. Er zijn twee namen voor het gebied in omloop: De Kop van Overijssel of Land van Vollenhove. In sommige bijdragen komt de landadel van Vollenhove wel eens voorbij en daar zit precies het belang. Zij waren vaak bestuurlijk actief in gemeenten, waterschap of in het provinciaal bestuur, op andere posities in de rechtelijke macht of in een van de kamers van de Staten Generaal in Den Haag.

De adel van Stad Vollenhove had allerlei netwerken, plaatselijk maar ook weer regionaal. Ze konden zich niet helemaal afzonderen daar was de plaats dan weer te klein voor. Bovendien stonden de verschillende havezathen gewoon in de straten: Bentestraat, Bisschopstraat en Groenestraat. Er zal altijd wel eens een jonker over straat zijn gelopen op weg naar het stadhuis, de kerk of waar dan ook heen. 

Maar wat is dan de mogelijkheid om toch een kijkje in de keuken te krijgen? De raadsnotulen van Stad Vollenhove zijn openbaar en misschien niet altijd even interessant maar in dit geval toch een behulpzaam handvat.

Jaarlijks wordt de begroting aangeboden aan de gemeenteraad en jaarlijks wordt de rekening van een jaar vastgesteld. In de periode zo rond 1877 rekent de gemeente met een begroting van ongeveer 9.100 gulden. Tien procent van dat bedrag moest opgebracht worden door het innen van havengeld: 950 gulden (Vollenhove had een grote vissersvloot tot aan de afsluiting van de Zuiderzee) de hondenbelasting was goed voor 41 gulden. Een andere belangrijke inkomstenbron was het Kohier hoofdelijke omslag, een belasting op basis van inkomen, dat bracht 1.900 gulden in de gemeentekas. Soms zijn er onvoorziene kosten waar  geen post voor in de begroting is opgenomen. In dat geval gaat de gemeente tussentijds met de pet rond: het Suppletoire kohier hoofdelijke belasting, een aanvullende belasting om de begroting toch rond te krijgen. Iedere wijziging in de begroting werd niet alleen door de ambtenaar op de secretarie nauwkeurig vastgelegd maar moest ook door het provinciaal bestuur worden goedgekeurd. Er zijn talloze brieven geschreven over dergelijke begrotingswijzigingen. En dat voor iedere gemeente (in Nederland).

stad vollenhove
Ook de roggepacht was een jaarlijks inkomen voor de gemeente. Bijzonder is dat de oogst aanvankelijk in mandjes werd gerekend maar enkele jaren later in hectoliters. Behalve deze roggepacht waren er nog tal van andere vaak kleine postjes die dan samen weer een groter geheel vormen maar waar een gemeente niet zonder kan om al het werk te kunnen blijven doen en de gemeenschap draaiende blijft.

Daar zitten dan de personele kosten in van de paar ambtenaren die op de secretarie werken, de veldwachter, de onderwijzers, de presentiegelden voor de raadsleden, wethouders, secretaris en burgemeester.

Vaak genoeg komt het voor dat er een onderwijzer vertrekt en er een nieuwe benoeming nodig is. Zoals er nu een tekort aan onderwijzend personeel is was dat er in die tijd ook al. Uiteraard wordt er een advertentie geplaatst als er een vacature is. Merkwaardig genoeg met regelmaat in de Haarlemsche Courant. Kennelijk had de HC een reputatie op dat gebied. Een hoofdonderwijzer kon per jaar 700 gulden verdienen, een hulponderwijzer komt tot 200 gulden. Een hoofdonderwijzer schreef vrijwel jaarlijks een brief met het verzoek om een gratificatie. Dat werd in ieder geval gedaan als de hulponderwijzer was vertrokken en al het werk op een man aankwam. Zo'n gratificatie was dan 25 gulden per keer of per jaar. Geen wereldbedrag maar hieruit blijkt dat er te onderhandelen was. Ook als een onderwijzer liet weten dat hij bezig was om zich te oriënteren (op een functie elders) kon al aanleiding zijn om een gratificatie of toelage te geven om de functionaris toch te behouden.

Datzelfde is te zien bij een gemeentegeneesheer. Er kwam een waren handtekeningenactie op gang toen de stadsdokter liet doorschemeren naar Rotterdam te zullen vertrekken. De handtekeningen actie maakte veel indruk op het gemeentebestuur maar waarschijnlijk ook wel op de dokter zelf want hij bleef, nog enige tijd.

Het salaris van een ambtenaar ter secretarie bedroeg ongeveer 200 gulden, een veldwachter ontving 300 gulden. De vroedvrouw kon rekenen op 150 gulden maar ook hier was kennelijk een schaarste want na een verzoek van de vroedvrouw stijgt het salaris ineens tot 187,50 gulden. (bedragen per jaar). En wat blijkt enkele jaren later, de vroedvrouw ontvangt dan 400 gulden per jaar. Een behoorlijke loonsverhoging. Tegelijkertijd is ook de post op de hoofdelijke omslag met 300 gulden gestegen van 1.900 gulden naar 2.200 gulden per jaar. 

Presentiegeld voor raadsleden was lange tijd ongebruikelijk maar dat had tot gevolg dat een vergadering nogal eens kwam te vervallen. In de notulen wordt dat dan als volgt vastgelegd: Vergadering geopend waarna de voorzitter constateert dat het quorum niet aanwezig is en dan de vergadering weer sluit. Nu kun je best met een paar raadsleden vergaderen maar je kunt geen (rechtsgeldig) besluit nemen, daar is het quorum voor nodig. Een paar dagen later wordt er een nieuwe vergadering uitgeschreven en is het quorum wel aanwezig. Om nu die opkomst enigszins te belonen werd er presentiegeld uitgekeerd van 2,50 gulden per raadsvergadering.

Er zijn nog tal van andere mensen die geheel of gedeeltelijk in dienst van een gemeentelijke overheid waren: de vuilnisophaler, de ratelwacht, de doodgraver, de lantaarnopsteker om er een paar te noemen. Hun verdienste was geen vetpot eerder een bedrag tot maximaal 100 gulden per jaar. Vaak moest zo iemand er nog een of twee andere baantjes bij hebben om van rond te komen. Misschien met het schoonmaken van het stadhuis maar daar heb je ook maar een iemand voor nodig. Misschien had iemand zelf een paar koeien in een stadsboerderij en vormde dat een bron van inkomen. Misschien hadden de meesten wel een eigen groentetuin.

Hoe dan ook er was genoeg te doen om de gemeenschap draaiende te houden in een een plaats als Stad Vollenhove.

Het geeft een beetje een inzage in de lonen van nu 150 jaar geleden. Het zou interessant zijn om te weten wat de kosten van het dagelijks levensonderhoud waren: huisvesting, dagelijks eten, kleding etc. Uit een andere bron (Haarlemmermeer) komt wel naar voren dat personeel in dienst bij het Grootwaterschap Haarlemmermeer een gulden per week aan huur voor een woning betaalde. 

Enkele jaren later staat er een belastingtabel in een van de raadsverslagen. Dat is het bedrag met het percentage dat leidend is bij het heffen van de jaarlijkse hoofdelijke belasting. Het voert te ver om dat per inkomensgroep te doen. Wat wel interessant is, is de laatste regel: bij een inkomen van meer dan 6.000 gulden geldt het tarief van de voorgaande groep. Over dat inkomen betaalde je 660 gulden aan belasting. Kennelijk behoorde je met een inkomen van rond de 6.000 gulden per jaar in die dagen toch echt tot de top.

In het Zuiderzeedorp staan een aantal panden uit Vollenhove, in een van die panden is de borstelmaker gevestigd een kleine zelfstandige. Maar het is leuk om met de kennis van deze bijdrage eens naar zo'n middenstander te kijken en langs de huisjes van Vollenhove te lopen maar net zo goed langs de andere panden van de verschillende dorpen: Zoutkamp en Kampen-Brunnepe. Zo heel veel verschil zat er per plaats niet tussen de inkomsten van de meeste beroepsgroepen.

nb. er wordt hier over de gemeente Stad Vollenhove gesproken/ geschreven. Ambt Vollenhove was het gebied dat buiten de stad lag als plattelandsgemeente. Uiteraard zijn er tal van dwarsverbanden waarbij Stad en Ambt naadloos in elkaar overliepen.

 

bijdrage geplaats: 24 februari 2025

afbeeldingen uit de raadsverslagen van gemeente Stad Vollenhove: begroting 1875 en kohier; auteur