Al jong stond ik samen met m’n zusjes op de schaats. Mijn beide ouders zijn ook met het schaatsen opgegroeid. We leerden het schaatsen op Friese doorlopers, pas als dat goed ging mochten we op leren Noren en m’n jongste zusje op kunstschaatsen.
Als het kwik onder nul ging, steeg met de dag de spanning of het er van zou komen. Na een aantal nachten flinke vorst ging mijn vader dan ook testen of het ijs al sterk genoeg was. De schaatsen onderbinden onder onze laarzen op de schuit en de eerste krabbels waren een feit. Eerst onwennig achter een stoel, maar met flink oefenen aan de hand en later los.
De winters van toen leken ook wel veel langer dan als er nu eens geschaatst kan worden. Lekker rondjes rijden achter ons huis op de sloot van de Stationslaan. 's Avonds verlichte baan en pas als het echt donker werd weer naar huis. Aan de warme chocomelk met dikke rode wangen. 's Avonds lapten mijn vader en moeder de baan weer op met warme kannetjes water in de scheuren en het schuiven van de baan.
Toen ik ouder werd ging ik op schaatstraining en genoot jarenlang van de kortebaanwedstrijdjes op de ijsbaan in Bovenkarspel. En ik ging ook in Alkmaar op de kunstijsbaan te trainen twee keer per week.
Als mijn vader in de vorstverlet liep was het echt wel een koude winter en kwam de prikslee van de schuurzolder; dikke overal aan, pet op en gaan, lekker zoeven door de polder. Mooie tijden om m’n vader te zo zien genieten, frank en vrij op de slootjes. Lekker even een rondje glijden. Mijn zoon mocht op een gegeven moment ook mee voor een rondje, eerst nog angstig maar later dolle pret.
Mooie herinneringen heb ik aan de winters op de schaats, onze sloot achter het huis, op het IJsselmeer, de ijsbanen, tochten rijden en later de kunstijsbanen. Laat er snel maar weer eens een echte ouderwetse winter komen!