Verhaal

Plichtsverzuim

niet altijd was het koek en ei

groningen Vincent Erdin

In Stad Vollenhove zijn rond 1900 ook wel eens strubbelingen

stad vollenhove

Met het volgende fragment uit een van de raadsverslagen van de gemeente Stad Vollenhove wordt inzage gegeven in een gevalletje 'plichtsverzuim'. Stad Vollenhove kent een belangrijke vissersvloot, de schepen liggen als zij aan de wal zijn in de haven bij de Grote- of Sint Nicolaaskerk.  Dat is de ene kant van de stad de andere kant bestaat uit kleine stadsboeren. Klein omdat een boerderij in een stad nooit erg groot kon zijn. Met zo'n tien koeien en een paar varkens moet dat ongeveer de schaalgrootte van een stadsboerderij zijn geweest. Ook als gekeken wordt naar de contouren van de nog resterende panden die ooit als stadsboerderij te boek stonden. Er is een uitzonderlijk grote boerderij geweest. Maar het gemiddelde is met zo'n tien koebeesten toch wel aangeduid.

Stadsboeren hadden altijd een bijverdienste nodig om rond te kunnen komen, werken in het riet, op de fabriek of wat dan ook.

Maar een stadsboer heeft wel eens een zieke koe of een koe die moet kalveren en waar hulp bij nodig is. Iedere gemeente probeerde wel een eigen veearts binnen te halen maar bij schaarste zul je samen moeten werken met de buurgemeente. In dit geval was Blokzijl zo bereidwillig om de daar gevestigde veearts ook in Stad Vollenhove en waarschijnlijk dan ook in Ambt Vollenhove dienst te laten doen. De veearts stond op de loonlijst van de gemeente Blokzijl. In de overeenkomst of de instructie staat dat de veearts op geregelde tijden zitting moest houden in Moespot. Moespot is een buurtschap, voor zover die paar huizen rondom een kroeg de naam van buurtschap mogen hebben. Moespot was inderdaad een etablissement onder aan de zeedijk tussen Vollenhove en Blokzijl. Goed bereikbaar vanuit Vollenhove en met deze locatie kwam je als gemeente de veearts ook een beetje tegemoet, hij had een mooie plaats om in de stal naast de kroeg het vee te onderzoeken waar een boer zijn mening over wilde hebben.

Nu was het raadsleden ter ore gekomen dat de veearts niet altijd even stipt bleek te zijn in het houden van die zittingsuren op de aangegeven plaats. Dat geeft onrust onder de bevolking en er is sprake van plichtsverzuim. Vragen in de gemeenteraad en een opdracht aan de burgemeester om de 'titularis' te wijzen op de opgestelde overeenkomst. Kennelijk heeft het allemaal erg weinig indruk gemaakt op de betreffende veearts en keerde hij niet terug op zijn schreden. De stadsboeren van Vollenhove hadden het nakijken. Korte tijd later trekt de gemeente Stad Vollenhove de subsidie in van 40 gulden per jaar als bijdrage in de kosten van de veearts die aan Blokzijl moesten worden voldaan. Geen wereldbedrag maar als de gemeente Ambt Vollenhove ook in die regeling participeert is dat voor Blokzijl toch weer een welkome aanvulling in tijden waarin de geldboom niet tot aan de hemel reikt.

Met het intrekken van de subsidie zit Stad Vollenhove in ieder geval tijdelijk zonder veearts, voor de boeren kan dat behoorlijk lastig zijn. Vee is toch het werkkapitaal van een boer en een zieke koe daar valt weinig aan te verdienen.

In het Zuiderzeedorp gaat het leven z'n gangetje weinig ophef in de straatjes van Vollenhove, geen boer die op straat loopt met een koe aan een touw om naar de veearts in Moespot te lopen. Misschien zou het ook een vreemd gezicht zijn als dat tafereel ineens opduikt. Een koe zou ook een paard of een schaap kunnen zijn. Maar van een paard weet je nooit helemaal zeker of die geen capriolen gaat vertonen en dat is wel het laatste wat je in het Zuiderzeedorp zou willen, dan is er pas echt paniek.

De veearts die in het Zuiderzeedorp werkzaam is zie je niet of nauwelijks aan het werk maar het vee is en blijft door de zorg van de dierendokter wel vitaal en fit. 

Over de naam Moespot, er kon een dagmaaltijd worden genuttigd. Geen drie sterrenrestaurant maar voor de reiziger die onderweg was voldoende, gewoon een schep uit de pan op het bord en eten maar wat de pot schaft. Van de laatste uitbater was het gezegde: 'ik hoef niet over het prikkeldraad te springen om bij mijn geld te komen'. Dit gaf hij steevast als antwoord op de vraag waarom hij zijn interieur niet aan wilde passen. Wat de uitbater bedoelde te zeggen was dat hij het benodigde geld niet bij een bank hoefde te gaan lenen en daar voor eerst met de pet in de hand naar een bankkantoor moest. Dat zag hij als een hinderlijke belemmering. Hij had voldoende op een rekening staan om daar over te kunnen beschikken als dat nodig was.

Sommige dingen moet je niet willen veranderen. Door Moespot te verbouwen raakt de ziel uit de kroeg en dat is het laatste wat je zou willen. Een vleugje nostalgie mag best. In die sfeer zou je bijna de stadsboer van Vollenhove nog op bezoek bij de veearts verwachten, of de veearts met een sigaar en een kop koffie die weer een anekdote opdist.

bijdrage geplaatst: 18 maart 2026

afbeelding uit het notulenboek van de gemeente Stad Vollenhove: auteur