'Zodra de laatste bezoeker het Zuiderzeedorp heeft verlaten eind oktober gaat het dorp in winterstand. Niet helemaal omdat er in november en december nog twee grote evenementen worden gehouden: Pietendorp en Zuiderzeelicht. Maar dan dient het dorp als 'wandeldorp' en even een paar maanden niet om binnen te lopen bij de bankier, de smid, het postkantoor, de bakker het huishouden van 1920 en al die andere huisjes die het dorp leven in de brouwerij bezorgen.
Maar zoals het gaat ook aan die jaarlijkse winterslaap komt een einde en in die tussenliggende periode is er van alles gedaan om het dorp weer op z'n Paasbest voor de dag te laten komen. Groot en klein onderhoud aan de panden, de straten en alles wat er mee samenhangt boven- en ondergronds. Door alle infrastructuur en automatisering ligt er ondergronds inmiddels enkele kilometers aan kabel.
En dan begint het aftellen naar de dag waarop bezoekers weer welkom zijn. Alle panden zijn weer ingericht, alle meubelstukken zijn schoongemaakt. Letterlijk alles is door de handen gegaan eerst om het van de plek te halen en te verpakken en in het vroege voorjaar als alles tevoorschijn komt om het weer op de plaats te zetten. Een behoorlijke logistieke operatie.
Maar dan achter de schermen, alle bevoorrading die ineens op gang begint te komen. De horeca, de museumwinkel. Op de openingsbijeenkomst heeft iedereen er 'weer zin in.' Het dorp komt weer tot leven en begint weer te bruisen.
De Urkers zitten weer op hun plek, doen de was, kloppen het beddegoed, maken een praatje op de stoep, de tuinman schoffelt straks het onkruid uit de perken waar bloemen gaan groeien of snoeit nog even een fruitboom en zaait het zaad of poot de jonge plantjes zorgvuldig op een rij: sla, rode kool, ui, prei en noem maar op.
En zo zijn er meer mensen die ineens vanachter de schermen weer op hun plaats staan: de kloeter die een rondje door stad en polder vaart, de molenaar, de voddenboer, de voorlezer, de bakker, de jongeren die kinderen begeleiden bij het verven van een klompje of het maken van een bootje, de stoker in de wasserij ze zijn er allemaal weer.
En nu, hoe krijg je jaarlijks al die bezoekers naar Enkhuizen in het bijzonder naar dat Zuiderzeedorp en Schathuijs. Daar wordt al maanden aan gewerkt, in welk gebied willen we zichtbaar zijn, sluit het thema misschien bij een actuele gebeurtenis in een bepaalde regio (zoals een paar jaar geleden met het 75 jarig bestaan er verschillende feesten/ gebeurtenissen uit de regio werden belicht).
Bij dit alles: weer en wind vallen buiten alles die gaan hun eigen loop, wegen en baan. Het Zuiderzeedorp is in alle drie de seizoenen op z'n mooist maar een dag regen voelt toch een beetje verloren aan. Nu regent het in dit land zelden een hele dag en veel buien waaien dan ook weer over en: na regen komt zonneschijn.
Mocht er een bui vallen, een warme drank in Café Hindeloopen of het Amsterdamhuis is dan een goede optie om de tocht even te onderbreken.
Bert Haanstra liet in 1958 over een dorp in de kop van Overijssel optekenen: 'een bijzonder dorp' en doelde daarbij op het vele water waardoor vrijwel al het verkeer over het water plaats moest vinden.
Het Zuiderzeedorp is minstens zo bijzonder.
Bezoeker: wees welkom in het Zuiderzeedorp.
bijdrage geplaatst: 7 april 2026
afbeeldingen: auteur