Fokkes vader Albert was een Urker, die op jonge leeftijd rond 1914 Urk ontvluchtte vanwege de strenge bijbelse regels, die zijn moeder hanteerde. Hij trouwde met Engeltje Mantel, die oorspronkelijk van Andijk afkomstig was. Fokke was een nakomertje in een gezin met 3 zusjes en nog een 1 broer. Vader scheidde toen Fokke nog maar 1 jaar oud was van zijn vrouw en vertrok naar Amsterdam. De twee oudste zussen gingen mee om daar aan het werk te gaan. Fokke bleef met zijn moeder, zus en broer achter op de Wierdijk van Enkhuizen.
De zussen Guurtje, Janny en Marretje, moeder Engeltje, broer Jan en de kleine Fokke.
Herinneringen aan de 2e wereldoorlog
Opa Mantel woonde dus eveneens aan de Wierdijk en wel in een huisje, dat nu onderdeel is van het binnenmuseum. (foto boven het verhaal) Op de zolder boven het huisje lagen erwten en bonen van de Zaadhandel Sluis & Groot opgeslagen. Opa had ontdekt dat als je op de juiste plaats een gaatje in het plafond boorde, de bonen zo binnen kwamen rollen. Een pannetje eronder en zie daar.. een lekker maaltje in oorlogstijd. Een kurk in het gat tot de volgende bonentapperij.
Fokke groeide dus op aan de Wierdijk, het Suud van Enkhuizen en heeft aan de oorlog levendige herinneringen. Zo was hij er met buurjongen Theun Visser, die eind 2025 helaas is overleden, getuige van dat er Britse gevechtsvliegtuigen overkwamen, die soms werden beschoten en in het IJsselmeer verdwenen. Zij waren ook eens buiten op de Wierdijk toen er vanuit de vliegtuigen werd geschoten op Duitse doelen. In plaats van dekking te zoeken achter de zeemuur, renden de jongens richting het noorden. De kogels vlogen ze letterlijk om de oren maar het is goed afgelopen. In maart 1945 was Fokke met een vriendje op het Eiland, toen het vriendje besloot richting de haven te gaan. Fokke ging om één of andere reden niet mee. Het havengebied werd even later getroffen door een Brits bombardement. Het vriendje was een van de 24 dodelijke slachtoffers. Fokke zegt nu dat hij in die oorlogstijd een engeltje (zijn moeder?) op zijn schouder had.
Fokke zag zijn vader voor het eerst in de hongerwinter van 1944/45 terug, toen die opeens voor de deur stond. In Amsterdam was er groot gebrek aan eten. Dat er geen sprake was geweest van een vechtscheiding, bleek eruit dat moeder snel op de fiets sprong met wat ruilhandel en in de Streek eten ging zoeken. De band tussen Fokke en zijn vader is nadien ook altijd goed geweest.
Werkzaam leven
Fokke verliet op 15-jarige leeftijd school. Hoewel hij al van jongs af aan geld verdiende met palingsnijden en veel op de haven te vinden was, wilde hij toch geen visserman worden. Hij vond dat een onzeker bestaan en zonder pensioenrechten. Fokke was handig, wat zijn oog zag maakten zijn handen, en ging aan de slag bij Dokex. De tweede werkdag werd hij lid van de vakbond en dat kwam nog wel eens van pas. Fokke wisselde regelmatig van werkgever en was een slimme onderhandelaar voor zijn loon. Bij een sollicitatie, pluste hij zijn huidige loon een beetje bij. Als de nieuwe werkgever daar dan boven bood, zat Fokke dubbel goed. Het hielp niet dat in die tijd de Enkhuizer werkgevers een afspraak hadden, dat ze geen personeel van elkaar mochten “wegkopen”. Maar Fokke wist het toch vaak handig te spelen, ging wel eens buiten de Koepoort werken, of tussentijds op de afslag vis sorteren. Het kwam ook wel eens voor dat een werkgever, zijn “zegelkaart”, van belang voor het op te bouwen pensioen, niet mee wilde geven. Dan kwam de vakbond goed van pas.
“Even” weg uit Enkhuizen
Een niet onbelangrijk detail in het werkzame leven van Fokke is, dat hij in begin jaren zestig verhuisde naar Medemblik. Hij ging werken op de werf van Jan Jongert onder de voorwaarde dat hij daar een mooie nieuwe woning kon betrekken, terwijl hij hier in Enkhuizen als jonggehuwde in een onbewoonbaar verklaard huisje woonde. Het gevolg was dat hij 40 jaar van zijn leven in Medemblik doorbracht en dolblij was om daarna in Enkhuizen terug te keren. Eerst nog aan de Waterleuning, in de Kadijken, dat voor echte Enkhuizers toch een beetje als Andijk-noord voelt maar daarna gelukkig in een huis aan de Oosterhaven tegenover de Bierkade met de vertrouwde Wierdijk en de havens van Enkhuizen op loopafstand.
Vroeger en nog steeds een sportman!
Hij verplaatst zich echter nog altijd het liefst op zijn degelijke herenfiets, zonder ondersteuning (!), in Enkhuizen. In de jaren vijftig was hij een verdienstelijke voetballer in het eerste elftal van Westfrisia.. In 1963 reed hij de Elfstedentocht maar stapte in Hindeloopen van het ijs in verband met de barre weersomstandigheden. Hij beweert dat hij zijn schaatsen nog altijd scherp houdt en mocht het Oosterhaven dicht vriezen, dan bindt hij ze onder. Ik weet niet of dit grootspraak is maar één ding is zeker, hij is ondanks zijn gevorderde leeftijd nog zeer actief. Voor de verzorging van zijn tuinplanten, schept hij emmers aan een touw vol met water uit de Oosterhaven. Een goede en gratis fitnessoefening!
In zo’n conditie hopen wij allemaal 90 jaar te worden. En Fokke heeft gelijk, dat pensioen belangrijk is, want hij geniet nu toch al mooi zo’n 30 jaar van een “riant” bedrijfspensioen.