Tot ver in de negentiende eeuw moet het op veel plaatsen en zeker op het platteland aardedonker zijn geweest. Niet voor niets bleven poldermolenaars in de wintermanden of in ieder geval in de donkere maanden thuis in het huis in de molen of in het huis dat er naast stond. In het donker was je bij een misstap je leven niet zeker. Het zou niet de eerste keer zijn dat een molenaar zich verstapt en in de vaart terecht komt, kopje onder gaat en het er niet levend van afbrengt.
In het stedelijk gebied is al in de 17 de eeuw een vorm van straatverlichting. De eerste petroleumlampen verschijnen.
Het zou nog tot 1886 duren voordat de gemeenteraad van Ambt Vollenhove een besluit neemt over het plaatsen van vier petroleumlantaarns in Sint Jansklooster.
Ambt Vollenhove is een voormalige Zuiderzeegemeente en de geschiedenis van de straatverlichting raakt het Zuiderzeedorp in Enkhuizen. Wie goed om zich heen kijkt tijdens een wandeling door de straten en langs de huizen ziet verschillende soorten straatverlichting aan de woningen hangen of de palen met lichtarmaturen staan.
De straatlantaarns die in Sint Jansklooster werden geplaatst zijn behoorlijk eenvoudig geweest. Een houten paal en een losse lantaarnkap er bovenop. Evenals veel andere zaken is ook dit thema goed gedocumenteerd. Behalve het voorstel om de lantaarns te gaan plaatsen was het vervolgens lange tijd ook een gemeentelijke taak. Zowel het onderhoud als de kosten als de verordening. Dat er nog geen elektriciteit was zorgde er voor dat er een lantaarnsopsteker moest worden aangesteld. In de verordening staat dan beschreven van wanneer tot wanneer er licht moest schijnen, niet alleen het aantal branduren per dag maar ook in welke periode van het jaar. Doorgaans van november tot en met februari/ maart.
Op zich is dat wonderlijk want in november is het toch echt al om zes uur dus aan het begin van de avond donker, de lantaarns werden pas later op de avond aangestoken. En in februari/ maart is het misschien 's morgens al wat eerder licht dan om acht uur zoals in december en januari maar veel eerder ook niet. Eigenlijk heerst er toch nog behoorlijke duisternis in een plattelandsdorp.
Het zuinige beleid heeft alles te maken met de kosten van straatverlichting. De aanschaf van de palen en de lantaarn, de brandstof en het loon van de lantaarnopsteker. In onze ogen gaat het allemaal om klein geld en nauwelijks de moeite waard om over na te denken. Voor een kleine gemeente die het niet breed heeft telt ieder dubbeltje.
Dat er alleen in de diepe nachtelijke uren wat licht is door middel van straatverlichting is wat merkwaardig. De bevolking ligt dan grotendeels op een oor. Het wat ongure type zwerft of zwalkt dan over straat en personages die dingen willen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. De nachtwaker zou deze lieden beter in de gaten kunnen houden als er tenminste iets van verlichting is.
Gemotoriseerd verkeer was er in die tijd nog niet, fietsers evenmin dat lag allemaal nog in de toekomende tijd.
Dat de inwoners van Sint Jansklooster al snel gewend raken aan dit comfort blijkt als zij opnieuw een verzoek indienen om op enkele punten extra straatlantaarns te plaatsen. Helaas wordt niet duidelijk gemaakt waar dat dan zal zijn. Er zijn een aantal streekjes zoals Barsbeek, Bergkampen, Heetveld, Kadoelen en Zuurbeek waar een paal geplaatst zou kunnen worden. Waar ze ook komen te staan het schijnsel zal een beperkte reikwijdte hebben.
In het Zuiderzeedorp staat een straatlantaarn die grote overeenkomsten heeft met het gangbare type in een dorp als Sint Jansklooster (en uiteraard vele, vele andere plattelandsdorpen). Op de driesprong bij het potschip, rechtsaf naar Café Hindeloopen, linksaf naar het straatje Harderwijk en in de rug de Markerhaven.
De tweede staat bij de kapperssalon. Het grappige van dit type straatlantaarn is dat er nog een kousje in zit en een petroleumreservoir. De knoppen links en rechts van de paal dienen om het laddertje van de lantaarnaansteker tegen aan te plaatsen zodat hij de kap kon lichten en de lamp aan kon steken met een lucifer want die waren al enkele decennia bekend. Verder kon hij de lichtsterkte met een draaiknopje regelen, of beter gezegd met het draaiknopje werd het kousje wat verder omhoog gedraaid dat kousje stak in het petroleumreservoir en werd daar gedrenkt.
Bij de afbeelding die in de kop is geplaatst is de ontwikkeling van de straatlantaarn te zien, links van de petroleumstraatlantaarn, bij de brug van Jorwert, staan twee groene straat lantaarns en hier wordt al gebruik gemaakt van elektrisch licht.
bijdrage geplaatst: 6 juni 2026
afbeeldingen: auteur