Ook Enkhuizen heeft verborgen schatten die nooit zichtbaar zijn omdat ze onder de grond liggen. Archeologisch onderzoek is dan het enige wat werkt om de bodem zichtbaar en tastbaar te maken. Maar vaak is dan ten dele, zelden zijn er hele potten, pannen en sieraden bewaard gebleven. Hoe verder terug in de tijd van bijvoorbeeld de Romeinen hoe schaarser de vondsten buiten de Limes (Grens van het Romeinse rijk) worden. Maar er kan ineens een kleine nederzetting zijn geweest waar dan toch ineens duizenden voorwerpen opduiken ten teken van zo'n gemeenschap.
In Enkhuizen gaat deze bijdrage over een ondergronds voorwerp van rond de 17 e en 18 e eeuw. De 'vondst' was al enkele jaren bekend omdat er in meerdere plaatsen wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan: de waterkelder.
Op grond van stadsregisters kan worden achterhaald waar waterkelders op eigen grond zijn geweest. Op goed gedocumenteerde kaarten zijn ze ingetekend of in registers is de locatie bijgehouden. Rijke particulieren met een eigen tuin konden een waterkelder aanleggen. In die tijd was dat geen overbodige luxe. Het water in de gracht was dermate smerig geworden waardoor het nauwelijks meer als drinkwater was te gebruiken.
Ga maar na: bier werd uit dat grachtenwater gebrouwen, leerlooierijen namen water uit de gracht maar met gemak werd er afval in gekieperd. Bij stilstaand water laat het gevolg zich raden, zeker in de warme zomermaanden moet het niet om uit te houden zijn geweest. Niet voor niets zijn er tal van buitenplaatsen aangelegd langs de Vecht of andere lommerrijke plekken waar het goed of in ieder geval beter toeven was.
Drinkwater was en is hoe dan ook essentieel, een waterkelder bracht uitkomst. Het was bekend dat er onder de binnentuin van het Schathuijs ook een moet zijn geweest en enkele jaren terug kwam deze weer in beeld omdat er werkzaamheden werden uitgevoerd in combinatie met het onderzoek bracht dat het verleden uit de V.O.C. tijd weer even voor het voetlicht. De vraag blijft nog steeds: was de waterkelder groot genoeg om de schepen mee te bevoorraden die vanuit Enkhuizen naar de oost zijn gevaren of kwam dat water van het eiland Texel/ Tessel.
De waterkelder werd vrij snel daarna gemarkeerd met een witte lijn. Maar dat zegt alleen iets over de oppervlakte nog niets over de hoogte en de mogelijke inhoud, daar zijn de afmetingen: hoogte, diepte en breedte voor nodig.
Dit jaar bestaat de Designroute in het Zuiderzeemuseum 20 jaar en dat was reden om weer eens na te denken waarom er 20 jaar geleden opdracht werd gegeven aan ,jonge, kunstenaars om te reflecteren op de collectie van het Zuiderzeemuseum.
Maar de toevoeging van een opengewerkte boogvorm die een waterkelder voor moet stellen is heel concreet en maakt duidelijk wat er letterlijk onder de voeten van de bezoeker zit.
Nog twee voorbeelden van de Designroute die er al wat langer zijn: loop eens van de Wierdijk (Schathuijs) naar de Stadsingang (Zuiderzeedorp) en er staan allemaal letters die de route markeren. Maar loop eens van het Zuiderzeedorp naar de ingang van het Schathuijs en er staan ineens tussen al die letters ook drie woorden: H U I S, B O O T, V I S.
Iemand gebruikte zeer recent het woord Palindroom, vakjargon voor een woord dat van voor naar achter en achter naar voor gelezen kan woorden. Het meest bekende is de k o e k o e k.
Maar hier moeten we het doen met S I V, T O O B en S I U H, je moet een behoorlijke taalknobbel hebben om tussen de andere letters ineens de woorden te herkennen zoals aangegeven.
Hoe dan ook de robuuste letters maken deel uit van de Designroute.
Een derde voorbeeld is weer wat herkenbaarder: de uitkijktoren, heel hoog is de toren niet maar geeft toch een gevoel van ergens over heen kunnen kijken. Al wordt dat naar het noorden enigszins aan het zicht onttrokken omdat de bomen net wat te groot zijn om daar overheen te kijken.
De Designroute is voorzien van , hoe kan het ook anders, QR codes om alles digitaal na te slaan.
bijdrage geplaatst: 19 juni
afbeeldingen: auteur