Om maar direct met de deur in huis te vallen. In het Nationaal Onderwijsmuseum ligt in een van de vitrines een handgeschreven briefje met de volgende strekking: 'Als ik morgen opnieuw niet voldoende eten aan mijn kinderen kan geven dan ben ik genoodzaakt om hen thuis te houden' was getekend, met een datum ergens in 1929 en Amsterdam als woonplaats.
Dat is wel aan het eind van de periode die het Zuiderzeemuseum wil documenteren. Zo hard moet het leven kennelijk zijn geweest. Met zo'n briefje verdwijnt iedere romantiek als vanzelf en is het verkrijgen van het dagelijks brood ineens een keiharde realiteit.
De klompen staan keurig gerangschikt in de gang van het schoolgebouw van Kollum maar ook daar zullen kinderen in het klaslokaal gezeten hebben die op sterk versleten klompen naar school moesten lopen of sokken die tot op de draad versleten waren. Nieuwe sokken waren er niet altijd en misschien zelfs niet eens wol om de gaten te stoppen.
Probeer kinderen dan maar eens voldoende mee te geven waardoor ze naar school kunnen gaan, de luxe van de huidige schoolmaaltijd (of is het hier en daar zelfs pure noodzaak) was in die tijd nog volstrekt onbekend. Maar wat nu als luxe wordt gezien grenst eigenlijk tegen hetgeen aan waar talloze gezinnen zich in allerlei dorpen en steden toen (rond 1900) ook voor zagen geplaatst: te weinig inkomen of een onregelmatig inkomen.
En dan de huisjes klein en tochtig van enkelsteens ga er maar aan staan als zo'n huisje op de vlakte staat en de wind of regen giert er om toe. Hoe krijg je het in de wintermaanden warm, en winters waren toch wat anders dan de huidige milde winters. Dus ja kinderen hadden warme kleding nodig en anders was het letterlijk vernikkelen van de kou. Op die manier was school misschien een afleiding omdat er tenminste een potkachel was die nog enige warmte gaf, als de ouders tenminste voldoende turf meegaven.
Eigenlijk zou iedere bezoeker van het Zuiderzeedorp eens een kwartier of een halfuur op bezoek moeten gaan in die huisjes zoals in Zoutkamp waar personages hun levensgeschiedenis vertellen. Dat maakt het beeld wat realistischer en de herinnering completer.
Wie dan nog wat dieper de geschiedenis in wil duiken kan terecht bij talloze streekromans. Misschien is de meest bekende wel die van Bartje van Anne de Vries, het jongetje op het Drentse platteland dat niet wilde bidden voor bruine bonen. Niet direct langs de Zuiderzee maar wel kenmerkend voor die tijd waarin het verhaal zich afspeelde en vergelijkbaar met tal van andere plaatsen en streken die wel langs de Zuiderzee lagen.
In de jaren zeventig is er een tv serie van het verhaal van Bartje gemaakt. Daarna werd het stil rond Bartje. Goede kans dat een deel van die streekverhalen in boekvorm er zijn er twintig in de digitale bibliotheek van het Zuiderzeemuseum staan. Om er twee te noemen: Koning uit het Giethoornsche leven en Licht aan de horizon (verhaal in de omgeving van Lemmer).
Maar hoe verschillend is de huidige tijd met die van de briefschrijver uit 1929 die z'n kinderen wellicht thuis zou gaan houden als er geen eten meer was.
Er zijn voedselbanken, kledingbanken en hoeveel soorten nog meer. De welvaart is nog nooit zo groot geweest en anderzijds zijn er ook nog nooit zoveel mensen die dagelijks letterlijk met de kopzorgen zitten over voeding en kleding. Hoe dan ook schrijnend en op welke manier kan het tij gekeerd worden. Zou het Zuiderzeedorp die les kunnen vertellen of die spiegel kunnen voorhouden.
bijdrage geplaatst: 29 juli 2026
afbeeldingen: auteur