Dat een geit andere wol heeft dan een schaap lijkt op een open deur. Maar beiden geven wel wol en ook de toepassing is anders.
In een streekroman van medio 1920 staat nog dat een boerenvrouw zelf het schaap scheert en de wol spint en vervolgens de wol gebruikt om er sokken of een trui van te breien. Zo zal het vaak zijn gegaan. Verwerking op de eigen boerderij, een ambachtelijk werkje dat in de wintermaanden gebeurde als het werk buiten gedaan was. En of het nu een schaap op de Veluwe of op Texel is maakt voor het eindresultaat van de sok of trui niet zo heel veel uit.
Een heel bekend product was de Leidse duffel en in de jaren zeventig ook wel 'houtje touwtje' jas genoemd. De sluiting was een het oog van een vastgemaakt touwtje dat om een houtje werd gedaan en daarmee was de jas gesloten.
Die duffel werd vaak door zeelieden gebruikt, korter of langer ze waren er in twee uitvoeringen. De jas moest water- en winddicht zijn. Maar iemand die op het dek van een schip loopt in een forse regenbui of bij de deining van het schip buiswater over zich heen krijgt zal hoe dan ook nat worden. Een kleermaker zei eens: een jas hoe goed ook gemaakt is nooit volledig waterdicht, het een uur misschien twee uur duren en dan komt er toch regenwater binnen sijpelen. De meesten hebben het dan al opgegeven en zorgen voor een prettig heenkomen binnenshuis of elders en laten het er niet op aankomen om nog natter te worden. Een paraplu kan dan al aardig wat opvangen. (kijk nog maar eens naar de op zich sterke en beeldende taal van een verzekeringsmaatschappij waarbij een man en een vrouw zo'n honderd jaar geleden samen onder een paraplu lopen terwijl er een buitje valt).
Dat door de opkomst van de industrie de Leidse duffel werd vervangen door oliepakken en later nog weer mooiere materialen is een feit. Maar warm was die duffel wel. Over de opkomst van de industrie dat gold voor de wolindustrie net zo goed. Leiden, Tilburg en Veenendaal kenden grote wolfabrieken. Een van de bekende wolmerken was Scheepjeswol. Hollandser dan dat kan bijna niet. In de jaren zestig keert het tij en sluit de ene na de andere wolfabriek definitief de deuren.
Toch worden er weer pogingen ondernomen om een zo natuurlijk product als wol is weer aan een nieuw leven te helpen. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol, mede geholpen door de hoge energieprijzen kan een goede trui of mooie plaid een aanwinst zijn.
Wie een mooi overhemd wil aanschaffen kan inmiddels kiezen uit een samenstelling van merino wol en katoen. Hier gaan comfort en duurzaamheid samen. Merini wol is afkomstig van het gelijknamige schaap en is duidelijk een ander beest dan een Texelaar of het eerder genoemde Jacobsschaap.
Voor een mooie shawl of sjaal van wol wordt ook weer andere wol gebruikt, al staat op het etiket niet direct om welke wolsoort van welk schaap het gaat.
Het aardige van wol is dat na het jaarlijks scheren van het schaap of geit de vacht uit zichzelf weer aangroeit het is geen restproduct zoals de leren vacht van een koe nadat het dier geslacht is. inderdaad bij een schaap/ geit kan dat ook een hele vacht met het leer aanschaffen en als vloerkleed gebruiken.
Op de komende expositie 'Wol' in het Schathuijs van het Zuiderzeemuseum die in het najaar te zien zal zijn zullen verschillende wolsoorten te zien en te voelen zijn. Tenslotte gaat het ook een beetje om de beleving en de ervaring dat een wollen trui of vest toch echt iets anders is dan een fleecevest.
En om alvast een tipje van de sluier op te lichten ook het Zuiderzeelicht gaat nog even door met het thema wol.
Dat wordt dan twee keer een bezoek aan Enkhuizen brengen.
Bijdrage geplaatst: 3 augustus 2026
afbeeldingen: auteur