Voorbestemd om visserman te worden
Geboren en opgegroeid in Den Oever wist Peter al jong dat hij wilde gaan vissen net als zijn vader en opa. Opa Boerdijk was binnenvisser in Kalverdijk e.o. en viste voornamelijk op paling. Vader Piet Boerdijk zocht het zoute water op en viste eerst met WR 211, en later de WR 20 op de Wadden- en Noordzee. Peter vertrok na 3 jaar havo naar de visserijschool in Den Helder en stapte op 18-jarige leeftijd aan boord bij Pa en heeft dat 37 jaar volgehouden tot begin 2026 toen hij zijn kotter verkocht.
Van kabeljauw naar garnalen
Toen Peter in 1989 ging vissen met de WR 20, de Elisabeth vernoemd naar zijn moeder, bestond de vangst voornamelijk uit kabeljauw, tong en schol, afhankelijk van de seizoenen. In de loop van de jaren negentig besloten ze over te stappen op garnalen en werd de kotter hiervoor aangepast. Lees over de garnalenvisserij Garnalenvisserij De zaken, ofwel de vangst ging goed, want in 1996 kwam de WR 40 in de vaart, waarmee broer Gerard inmiddels ook aan boord, eveneens op garnalen ging vissen. In 1999 volgde een grotere WR 20 van 24 meter. Daarmee heeft Peter tot begin van dit jaar met veel plezier op garnalen, en wel de Hollandse grijze (!), gevist. Het is een mooi en lekker product, waarvan de consumentenprijs de laatste jaren flink is gestegen. Volgens Peter komt dit doordat de vangst van de garnalen grillig is, zo liggen de pakhuizen vol en zo is de vangst weer minimaal. Om dit te compenseren vingen ze ook kleine kreeftjes, de langoustines. In tegenstelling tot de garnalen, worden deze kreeftjes niet aan boord gekookt maar slechts overgoten met een conserveringsmiddel om de mooie roze kleur te behouden. Handelaren uit Urk kopen ze op aan de afslag van Den Oever en op Urk worden ze verder verwerkt en verpakt, alvorens ze naar Zuid-Europese landen worden vervoerd.
Peter met de vangst van een flinke heilbot en een mandje langoustines.
Peter hield van het leven als visserman. Het is wel hard werken, van zondagsavond tot vrijdagmiddag op zee, en daarnaast nog de administratie en andere rompslomp van een eigen bedrijf, maar de vrijheid en de spanning van “wat zal er in het net zitten” maken het de moeite waard. Hoewel geen vriend van de milieu- en natuurverengingen, en behoorlijk kritisch naar de overheid, ambtenarenterreur in zijn woorden, met al hun regels, ziet Peter de toekomst voor de garnalenvisserij toch nog wel positief in. Het feit dat ongeveer een derde van de garnalenvloot gesaneerd is, op Den Oever ook zo’n 15 kotters, geeft de overgebleven garnalenvissers wel wat meer lucht. Broer Gerard, een van hen, vist dan ook nog gewoon door.
Peter met zoon Gijs en de WR 20 langs de kant
Peter met zoon Gijs en de WR 20 langs de kant.
Waarom dan stoppen?
Peter is vader van twee dochters en een zoon, en dacht dat, net als bij hem, het vissersvak wel van vader op zoon door zou kunnen gaan. Maar de zoon dacht daar anders over en is inmiddels in de baggerij gestapt. Wel iets op het water maar dan met veel meer vrije tijd. Twee weken op, twee weken af … kom daar in de visserij eens om. Peter ging in de zomer wel met zijn gezin op vakantie maar in de winter moest hij het hebben van zgn. “waaiweken”. Dan stond er te veel wind om uit te varen en bleef je voor de kant. Wel ’s avonds thuis maar overdag druk met de netten en onderhoud aan het schip.
Het ontbrak dus aan opvolging en het leek Peter ook wel aantrekkelijk om op zijn 55ste eens wat meer vrije tijd te hebben en meer aandacht voor zijn vrouw Regina en kleinkinderen, 4 stuks in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Daarnaast was er begin dit jaar een koper uit Urk voor de garnalenkotter van Peter. Dat maakte het stoppen gemakkelijker. De kotter vaart nu nog als UK 62 maar de WR 20 is uit de visserij verdwenen.
Een advertentie aan het prikbord bij de Visserij Coöperatie op Den Oever deed de rest en zo vaart Peter nu ook nog vrolijk verder maar dan als schipper op de veerboten van het ZZM.
Lees ook: De schippers van het ZZM en hun band met het water (1) tot 9