Verhaal

'Zal ik ooit nog kunnen lachen’?

Hoe woorden een situatie kunnen typeren

groningen Vincent Erdin

Het was een confronterende uitspraak van een moeder en eigenlijk een open vraag en welk antwoord is hier correct<br /><br />

VN 95

Deze moeder, samen met haar man en dochter, verloor in het voorjaar een jonge zoon. De tragiek die niemand mee wil maken is dat de politie de boodschapper is van het slechte nieuws. Het is een boodschap die je als ouder nooit wilt horen en het leven staat vanaf dat moment stil en wordt een roes. Hoe lang zal het duren eer het stof is neergedaald en is er ooit nog een normaal moment.

 Nadat de politie de boodschap heeft gebracht begint er een hectiek die zijn weerga niet kent. Ineens en vanuit het niets alles regelen en dan ook nog eens onder tijdsdruk: een begrafenisondernemer, een kerkdienst, kaarten schrijven, familie en bekenden een bericht sturen.

Deze harde realiteit is in de vissersplaatsen als Enkhuizen, Volendam, Huizen, Bunschoten, Elburg, Texel, Urk en Schokland decennialang voelbaar geweest. Voelbaar omdat iedere vissersfamilie vroeg of laat rechtstreeks of indirect wel met dit leed te maken kreeg: iemand uit de kring bleef op zee. Overboord geslagen, het schip kapseisde en verging, oorlogsgeweld, storing, in een kabel vast blijven zitten. Leeftijd deed er niet toe: jong en net van school tot een vader voor het gezin of al wat ouder.

tessel

De monumenten in de verschillende vissersplaatsen met alle namen van hen die op zee zijn gebleven spreken boekdelen.

Rond de eeuwwisseling van 1900 was het de dominee die het bericht kwam brengen, het gezegde ‘de dominee komt voorbij’ is daaruit ontstaan. En ook nu wordt het nog wel eens gehoord: ‘de dominee komt voorbij’ als er in een gesprek een stilte is gevallen.

 Die functie is later overgenomen door de politie zoals boven omschreven. Nadat de dominee het bericht van de dood had gebracht ging de aanzegger de huizen in een dorp langs. Het sterfhuis werd verduisterd tot aan de dag van de ter aarde bestelling.

Voor dorpsgemeenschappen met een klederdracht was rouw nog lang zichtbaar. De dracht van rouwkleding duurde langer naarmate de overledene  dichterbij stond: man, kind en werd lichter als het een verder verwant familielid was. In het slechtst denkbare was de vrouw de ene rouwperiode nog niet uit of begon de volgende omdat er weer iemand op zee was gebleven. De klederdracht vormde de zichtbare rouw, maar diep van binnen gaat het rouwen door. Het is tegennatuurlijk om een jonge zoon naar het graf te moeten brengen.

‘Zal ik ooit nog kunnen lachen’. Het bericht van vermissing en overlijden is als een tweesnijdend scherp zwaard, nee nooit meer zal het zijn als de dag voor dat vreselijke bericht, nee nooit samen dingen meer kunnen doen of delen en vul maar aan. Het leven gaat verder maar ondertussen is er wel een gang gemaakt naar een graf voor een man of een zoon en is er een lege plaats. Hier en in al die vissersfamilies tot op de dag van vandaag gaat dat door.

In de Markerhaven van het Zuiderzeedorp en de schepenhal van het Schathuijs liggen de vissersschepen als stille getuigen van hun reizen op de Zuiderzee. In het huisje Aan Zee hoort iedere bezoeker het verhaal van die drie vissers uit Durgerdam, zo dicht komt het bij……

huisje

Bijdrage geplaatst: 10 augustus 2026

afbeeldingen: auteur