Verhaal

Water over de dijk

In de nacht van 13/14 januari 1916 sloeg het water over de Zeedijk de polder Arkemheen in. Daarna stond ook Nijkerk onder water.

Theo Slijkerman Theo Slijkerman

Januari 1916. Het heeft al weken geregend en via onder meer de rivieren de IJssel en de Eem en tientallen gemalen wordt veel water op de Zuiderzee geloosd. West- en noordwester stormen stuwen water vanuit de oceaan, via de Noordzee, tussen de Waddeneilanden door de Zuiderzee in. De belangrijkste aanvaller van de dijken rond de Zuiderzee is echter niet de relatief hoge waterstand, maar de wind.

In de ondiepe binnenzee reageert het wateroppervlak snel op de windrichting. Bij noordelijke storm stuwt het water op tegen de 'Zuidwal'. De dijk langs de zeepolder Arkemheen bij Nijkerk krijgt dan de volle laag. Echter bij aflandige wind, uit het zuiden, loopt het water voor de dijk weg. Dat het wateroppervlak snel reageert, blijkt uit de gemeten waterstanden[1]. Woensdag 12 januari 1916 is er een zuidwestelijke wind. De waterstand gemeten bij de zeesluis van Nijkerk zakt snel en bereikt op donderdag ochtend 01:00 uur een dieptepunt van NAP –0,45 m. Maar dan draait de wind en komt met kracht uit het noordwesten. Het naar het midden van de Zuiderzee gestuwde water loopt terug en de zware storm zorgt daarbij voor nog meer snelheid en verdere opstuwing.

Na circa 18 uur wordt een waterstand van NAP + 2,40 m gemeten. Het is dan donderdagavond omstreeks 20:00 uur. De storm stuwt vanaf dan de golven over de dijk van Arkemheen [2]. De bewoners van de boerderijen die tegen de dijk liggen zien met angst het water over de dijk slaan. (Zie de artist's impression die de situatie verbeeldt zoals die bij de boerderijen op ‘Ark’ geweest moet zijn.)

Golven over de dijk van Arkemheen

Golven slaan over de dijk van Arkemheen met op de achtergrond de boerderijen van ‘Ark’..
Situatie 2016 met het hoogwater van 13 januari 1916.
Artist's impression, Theo Slijkerman, 2016, Museum Nijkerk

Het water blijft stijgen en golft over de gehele dijk de polder Arkemheen in. Sjoerd Boorsma woonde ruim 3 km ten zuiden van de zeedijk bij de school aan wat nu de Bunschoterweg heet en heeft kort na de overstroming zijn waarnemingen in een boekje beschreven [3]. Hij beschrijft dat tegen 21:00 uur de aandacht wordt getrokken door een felle brand in Spakenburg en schrijft aansluitend: “De sloten werden voller en voller en allengs beklom het water de laaggelegen weilanden. Het rees voortdurend, doch altijd nog langzaam. Zie, daar strekt het zich ook over de speelplaats bij de school uit.“ De genoemde speelplaats ligt ongeveer 1,10 m hoger dan de weilanden direct achter de zeedijk. Er moet dus dan al een aanzienlijke hoeveelheid water over de dijk de polder zijn ingestroomd.

Omstreeks 24:00 uur die nacht is de gemeten waterstand van de zee NAP + 2,90 m en de hoeveelheid water die over de dijk slaat toegenomen. Dit is ook het moment dat de dijk bij Nekkeveld doorbreekt. De gemeten waterstand loopt echter nog wel steeds op tot NAP + 3,25 m om 04:30 uur op vrijdag 14 januari. Binnen 28 uur een peilverschil van 3,70 m voor de zeedijk bij Nijkerk.

In Museum Nijkerk is tot eind 2016 nog een kleine informatieve expositie over de watersnood in Nijkerk.

Bronnen:

[1] Ramaer & Wortman, 1916: ‘Verslag over den stormvloed van 13/14 januari 1916’

[2] Wouda, Bertus, 2016, ‘Watervluchtelingen, verzorgd en verguisd’, ISBN 978-90-70708-40-5

[3] Boorsma, S. , 1916, ‘De watersnood te Nijkerk o/d Veluwe in januari 1916’

Weergegevens:  www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/daggegevens

Maaiveldhoogten: www.ahn.nl

Museum Nijkerk