Verhaal

Een goede winter komt met geweld

Over ijs en de invloed op de betonning

20130907_151629.jpg Corry Blok-Plas

De betonning op het IJsselmeer raakt door (grond)ijs op drift.

26 januari 2972 (4).jpg

Jouke Klein op een beijsde boot en een aantal lichtboeien veilig op de kant. 

Door ijs in de winter raakt de betonning van vaarroutes op het IJsselmeer van zijn plaats en kan ook door de ijsgang beschadigd worden. Bakens kunnen blijven liggen maar een lichtboei is veel duurder om te vervangen; zij zijn uitgerust met een dure lantaarn en gasinstallatie (vroeger althans).  Dit was natuurlijk bekend bij de bemanning van de gasboot en jaarlijks werd er dan ook in het najaar al rekening mee gehouden. Zo werden een aantal lichtboeien naar binnen gehaald en vervangen door de zogenaamde winter betonning: goedkopere bakens en kleinere boeien. 

Een aantal belangrijke lichtboeien bij de druk bevaren routes moesten natuurlijk zo lang mogelijk blijven liggen. Als het dan begon te vriezen moesten deze alsnog zo snel mogelijk uit zee worden gehaald. Het betrof een stuk of drie boeien in de Gouwzee, de lichtboei “de Trintel” ten oosten van Broekerhaven  en nog een aantal aan de zogenaamde Oostwal, de oostkant van het IJsselmeer. Dit was de “Vrouwenzand 2” bij Stavoren, zie ook Kijken naar Kerktorens, één boei richting Makkum en de grote boei bij de sluizen van Kornwerderzand.

Zo kon het gebeuren dat als er (strenge) vorst werd voorspelt, de gasboot uitvoer om de boeien  binnen te halen. Ook al was het zaterdag of zondag en zelfs met de Kerstdagen, gevaren werd er, zo nodig tot diep in de nacht. Natuurlijk kwam het vaak voor dat alles met man en macht binnen werd gehaald en de vorst niet doorzette. Dan werd in de dagen erna de betonning weer op zijn plaatst gebracht.  Dit gebeurde soms meerdere keren per jaar. Zo bleven de mannen lekker bezig…………..

26 januari 2972 (6).jpg

Jan Plas en Jouke Klein aan het werk.

Het kwam ook voor dat de “winter met geweld” kwam. Dit wil zeggen dat de vorst samen kwam met een harde (noord)oosten wind. Vissermannen met kennis van zaken zijn dan ook van mening dat er alleen dan sprake is van een serieuze kans op veel ijs.

Als het begon te vriezen met veel oostenwind, lukte het soms niet meer om alle boeien op tijd weg te krijgen. Zo is het voorgekomen dat de boeien “om de zuid” in de Gouwzee naar Enkhuizen werden gevaren maar dat er daarna al zoveel ijs was dat het niet meer lukte om de oostkant van het IJsselmeer te bereiken. Voor de winter van 1962/63 lukte het wel om alles op tijd uit zee te halen, voor de Kerst 1962 was de klus geklaard, waarna het IJsselmeer voor maanden dicht gevroren bleef en de "IJselmeer" langs de kant. Maar het is ook voorgekomen dat de vorst met zo’n hevige storm uit het Oosten kwam, dat de gasboot bij het uitvaren in het Krabbersgat al zoveel buiswater over zich heen kreeg dat het dek in een complete ijsbaan veranderde en door de ramen geen zicht meer was. Toen moest men onverrichter zaken terugkeren naar de haven.

26 januari 2972 (1).jpg

De gasboot vaart de haven van Enkhuizen binnen.

Ik kan mij herinneren dat ik als kind altijd bang was dat mijn vader aan boord van de gasboot met zulk weer in donker over boord zou glijden……….. en nooit meer thuis zou komen.

Ook brengt de oostenwind met zich mee dat er bijvoorbeeld bij Lelystad nog overal water te zien is terwijl richting Enkhuizen het grondijs al “loopt”, dit komt in de vorm van kleine schotsjes boven drijven. Dit vertraagt het varen al aanzienlijk.

Na de winter werd het dan spoorzoeken naar de op drift geraakte betonning. Het kwam voor dat er lichtboeien met de ketting en steen er nog aan terug gevonden werden op de Afsluitdijk en andere van hun ketting waren geslagen.

26-1-72 e.a. - kopie (4).jpg

Jan Plas en Jouke Klein (op de boei)

En ondersteboven ronddreven na de winter 

Zo was het iedere winter weer een spannende tijd voor de mannen van de betonning. Hoewel de winters over het algemeen in de jaren 50 en 60 strenger waren dan tegenwoordig, gold toch ook altijd het adagium: Het kan vriezen en het kan dooien…………..

 

Voor dit verhaal sprak ik met twee oud-bemanningsleden van het betonningsvaartuig IJselmeer.

Met dank aan mijn bronnen J.H. Klein en JP.

Foto’s uit het archief van J.H.Klein.