Verhaal

Botters

De Zuiderzeebotter geëerd in een gedicht.

botters voor de afslag.jpg

Botters in de haven van Urk voor de oude visafslag

Eind 19e eeuw kwam de Zuiderzeebotter in gebruik. Vooral op Urk werd dit het vissersschip bij uitstek. Zij visten zowel op de Noord- als de Zuiderzee. De haven van Urk lag er soms mee vol en dit heeft de Urker Willem Ruiten geïnspireerd tot het volgende gedicht.

botter gedicht.jpg

In 1886 bestond de Urker vissersvloot uit 73 botters naast schuiten en andere boten. In 1905 was het aandeel van de botters gestegen tot 120 vaartuigen. Maar ook vanuit andere plaatsen rond de oude Zuiderzee werd veel met botters gevist, zoals ook blijkt uit het gedicht. De botters waren half-open schepen. Bij motorisering van de vloot vooral na de Eerste Wereldoorlog werd de plecht doorgetrokken en kreeg de botter een verschansing en stuurhut.

Scan_20170508 (3).jpg

Foto van Urker motorbotter UK 94 van “Frekien van Niel”

Door modernisering van de vissersvloot verdwenen de botters in de jaren vijftig en zestig langzaam uit beeld. De eens machtige vissersschepen waren veroordeeld tot brandhout. Een aantal werden gered door de hippiescene, waar ze eind jaren zestig, begin jaren zeventig populair waren voor vrijetijdsbesteding. Na die tijd zijn er nog een paar botters heel goed terecht gekomen. Deze schepen werden met liefde gerestaureerd, meestal door daarvoor in het leven geroepen Stichtingen, en varen nog steeds. Zij behoren tot het cultureel erfgoed.

 

Gedicht W. Ruiten en foto motorbotter uit “Gemeentelijke visafslag Urk 1905 – 1980”.

Bron: Botter Neis juni 2015.

foto's: Gemeentelijke Visafslag Urk 1905 -1980