Verhaal

Herinneringen aan de winter van 1962/63

Over een koek en zopietent en andere zaken.

winter 1963.jpg

Achter het Spui rijden de auto in 1963.  

Het is inmiddels 55 jaar geleden dat één van de strengste winters begon. Rond 20 december viel de vorst in en het IJsselmeer was voor de Kerst dicht gevroren om pas in maart weer langzaam in water te veranderen.

Zelf heb ik nog een aantal herinneringen aan die tijd. O.a. dat ik schaatsen heb geleerd op de Oosterhaven van Enkhuizen en dat ik kennis maakte met het fenomeen “ijsbloemen op de ramen” – wie kent dat nog? -  waar je dan lekker met je nagels in kon krassen. Je  kreeg er wel  koude vingers van maar dat was niet erg. Ook weet ik nog goed dat mijn vader mij ophaalde van de kleuterschool en wij dan op de fiets, ik gezeten op de stang, via de werkhaven van Enkhuizen het Krabbersgat op fietsten. De werkhaven was waar nu de haven van het Zuiderzeemuseum is gesitueerd. Vervolgens fietste mijn vader via het havenhoofd en de oude sluizen de Oosterhaven in waar hij ter hoogte van de Karsenboomstraat de wal weer opzocht. Het is lang geleden maar ik weet het nog als de dag van gisteren.

winter 1963 2.jpg

De ingang van de haven van Enkhuizen vanaf de oude sluis.  

Voor de mannen van het betonningsvaartuig “IJselmeer” was het een rustige tijd. Nadat zij gebuffeld hadden om de boeien op tijd op het droge te krijgen, hetgeen voor de Kerst lukte, was er niet veel meer te doen. Zie ook: Een goede winter komt met geweld Het IJsselmeer had een ijslaag van meer dan 80 cm dik, dus varen kwam er voorlopig niet van en voor het schilderen van de boeien was het te koud.

Toen er in februari schaatstochten van Enkhuizen naar Urk en Stavoren werden georganiseerd hadden drie collega’s van de “IJselmeer” het plan bedacht om iets te gaan bijverdienen…… Zij gingen chocolademelk met koeken verkopen. In gewoon Nederlands: een “koek en zopie tent” runnen in hun normale werkgebied, midden op het nu bevroren IJsselmeer.

Flessen chocolademelk werden ingekocht bij de melkboer Jopie Zwier, koeken bij de Broodfabriek en mokken gehuurd bij Wouter Ruiter. Een gasstel met grote ketel hadden ze zelf, eveneens als planken en zijl voor een kraampje en een bankje. Geen van de mannen beschikte over een auto maar voor het vervoer werd de zwager van één van hen gecharterd. Het was dhr. Lenters van de toen bekende Enkhuizer boekhandel, die de hele handel naar een plek halverwege de route zou brengen. Helaas was zijn auto niet groot genoeg, zodat er ook nog een bakfiets nodig was voor het transport van het kraammateriaal.

De bakfiets werd voor het gemak met een kabel aan de auto bevestigd en zo ging het als een speer. De bestuurder van de bakfiets ondervond enig ongemak toen zijn ijsmuts tijdens de tocht over zijn ogen zakte en hij het stuur met twee handen vast moest houden i.v.m. het op koers houden van de fiets bij de relatief hoge snelheid!

De verkoop van de koek en zopie was een groot succes in zo’n mate dat de voorraad chocolademelk al snel opraakte. Eén van de drie mannen was wat zakelijker aangelegd en dacht “schaarse waar is duur” en verkocht de melk voor 30 cent per mok terwijl de andere twee nog de prijs van en kwartje hanteerden. De mannen hadden het te druk om hierover goed te communiceren.

winter 1963 3.jpg

De koek en zopietent midden op het IJsselmeer.

Hun onervarenheid bleek ook uit het feit dat de chocolademelk in de ketel op het gasstel af en toe aanbrandde, wat en klant deed opmerken dat de melk een beetje “zangerig” smaakte. Wie kent de uitdrukking nog dat je van aangebrand eten mooi gaat zingen? Het deed de handel weinig kwaad en na een halve dag keerden de mannen met auto en bakfiets uitverkocht en voldaan huiswaarts. Door het succes werd de hele exercitie in het weekend erop bij weer een nieuwe schaatstocht nogmaals uitgevoerd. Dit keer werd wat meer voorraad meegenomen.

Het zou tevens de laatste keer zijn want het betonningsvaartuig “IJselmeer” was onderdeel van de marine en de hoge heren uit Den Helder verboden de activiteit want hoewel deze plaats had in het weekend, zou het toch het aanzien van het ambt van de bemanning schaden. Het blijft een raadsel hoe zij hiervan op de hoogte waren gebracht ……………. misschien het werk van een jaloerse collega of concurrent op het ijs?

Maar het maakt niet uit. De mannen hadden naast een hoop lol ook goed verdiend. Een van hen kocht van het verdiende geld een zogenaamde “zondagse” winterjas, waarvan hij nog tientallen winters plezier heeft gehad.

Ja dat waren nog eens winters ……… om nooit te vergeten. Kom daar nu eens om……

Bron: JP en CBP

Fotograaf onbekend.