Verhaal

De geur van herinnering

Bezoekers vertellen verhalen in Huishouden 1920

Johan Johan Vogels

In het huishouden van 1920, in het Zuiderzeemsuem, wakkert alles de herinneringen aan van de bezoekers, vooral de geur van het petroleumfornuis.

Zoutkamp

Een van de beste plekken om oude verhalen te horen van bezoekers is het Huishouden 1920. In het huis in het vissersdorp wordt gedemonstreerd hoe het leven er aan toe ging in 1920. Het interieur is precies zoals het vroeger was. In het oog springen de kachel, de grote linnenkast voor de hele familie en de twee bedsteeën. Ook staat er altijd een kopje koffie of thee klaar en bezoekers kunnen dagelijks een hapje mee-eten tijdens de lunch die er wordt bereid. Die is uiteraard ook geheel in stijl, op zijn 1920’s.

Op het petroleumfornuis staat een pan aardappelen te bakken. “Dat staat vandaag op het menu. Met wat sla met een eitje erdoor. De dressing maak ik van azijn, olie en suiker. Net als vroeger”, vertelt Marja Bosschert. Zij is gastvrouw en ze heet de bezoekers hartelijk welkom.

Het huishouden is dé plek waar de verhalen van voornamelijk de oudere bezoekers boven tafel komen. “Alles wakkert de herinneringen aan in dit huis”, vertelt Marja. “Vooral die geur van petroleum. Die voert veel bezoekers gelijk terug naar hun jeugd.” Door de jaren heen heeft ze veel verhalen gehoord. “Ik ben daar vaak van onder de indruk. Zoals een vrouw die me vertelde dat ze op haar 14e als dienstmeisje moest gaan werken bij een boer. Elke ochtend maakte die boerin haar heel vroeg wakker door haar in haar velletje op de armen te knijpen. Ze moest heel hard werken en mocht één keer in de twee weken naar huis. ‘Ik wil niet meer terug’, zei ze tijdens een bezoekje aan haar ouders. ‘Daar heb ik niks mee te maken’, antwoordde haar vader, ‘je gaat gewoon weer aan het werk.’ Op haar 17e trouwde ze en op haar 18e werd ze moeder. Zo ging dat vroeger.”

Met z’n zessen in de bedstee

In de huiskamer van het Huishouden 1920 kijkt een ouder Gronings echtpaar rond. Met hun twee kleinzonen bezoeken ze het museum. “Dit doet me zoveel denken aan hoe het bij jouw opa en oma was”, vertelt de vrouw tegen haar man. Terwijl ze naar de kachel wijst, wendt ze zich tot haar kleinzonen: “Daar ging dan flink de fik in en de opa van opa ging er helemaal omheen zitten, pakte de kwispedoor en stopte een pluk pruimtabak in zijn mond.” Haar man wijst naar de bedstee: “En in zo’n ding heb ik vroeger nog geslapen.” De jongens kijken vol ongeloof. “Dat is echt een klein kamertje.” Gastvrouw Marja vult aan: “Soms sliepen ze wel met zes kinderen tegelijk in dat bed.” De ogen van de jongens worden nog groter.

De twee vinden het ook maar raar dat er geen televisie in de kamer staat. “Hoe oud zijn jullie eigenlijk?” vraagt Marja aan de twee. 11 en 13 jaar. “Los van dat er toen nog helemaal geen tv was, hadden jullie vroeger ook helemaal geen tijd om naar de televisie te kijken. Jullie zaten dan op de boot van jullie vader, als scheepsknechten. Op het einde van de week kwam je thuis en moest je je wassen in een teil. Gewoon in het water waar je broertje zich ook in had gewassen.” Opa lacht: “En niet steeds in een schoon en groot bad zoals jullie dat bij ons doen.” De jongens proberen zich voor te stellen hoe hun leven eruit zou zien als ze een kleine honderd jaar eerder waren geboren. “Dan hebben wij het nu wel wat makkelijker.” Marja glundert.

Het Huishouden 1920 is een van de huisjes uit Zoutkamp, Groningen, die in het buitenmuseum staan. Het dorpje ligt aan wat vroeger de Lauwerszee heette (tegenwoordig Lauwersmeer) en de inwoners leefden van de visserij. Het dorpje stamt uit de 15e eeuw en veel van de huizen zijn dan ook erg oud. In de jaren zestig van de vorige eeuw vond er een grote sanering plaats waarbij al die oude vissershuisjes werden gesloopt omdat ze aan het verkrotten waren. Dertien van die huisjes zijn in de jaren zeventig naar het buitenmuseum overgebracht, waar ze nu nog te bewonderen zijn.